Het korte antwoord
Een technische SEO-audit controleert of zoekmachines en AI-assistenten je site kunnen vinden, lezen, begrijpen en vertrouwen. Niet of je teksten goed zijn, maar of de techniek eronder die teksten überhaupt bij Google krijgt. Je doorloopt vijf lagen: crawlen, indexeren, snelheid, structuur en vertrouwen. Elke laag heeft een paar checks die je in een middag zelf kunt doen, en een paar waar je een developer voor nodig hebt.
Waarom een technische audit vóór content komt
De meeste sites die bij ons komen hebben al content. Blogs, dienstenpagina’s, soms honderden productpagina’s. En toch blijft het verkeer uit. Bijna altijd zit het probleem niet in wat er staat, maar in wat Google ervan te zien krijgt: pagina’s die per ongeluk op noindex staan, een canonical die naar de verkeerde taalversie wijst, of een JavaScript-menu waardoor de crawler de helft van de site niet vindt.
Nieuwe content op een site met technische lekken is water in een emmer met gaten. Daarom doen wij een technische SEO-audit altijd als eerste stap, ook als de vraag over content gaat. Het is ook de stap met het snelste resultaat: technische fixes zie je vaak binnen weken terug in Search Console, waar content maanden nodig heeft.
Laag 1: kan Google je site crawlen?
Crawlen is het ophalen van je pagina’s. Als dat misgaat, bestaat de rest niet. De checks:
- robots.txt. Open jouwdomein.nl/robots.txt. Staat er een Disallow op een map die je wél in Google wilt? Dat zien we vaker dan je denkt na een migratie of een staging-omgeving die live ging.
- Sitemap. Is er een XML-sitemap, staat hij in robots.txt en bevat hij alleen pagina’s die 200 teruggeven en indexeerbaar zijn? Een sitemap vol redirects en 404’s kost crawlbudget.
- Interne links. Is elke belangrijke pagina binnen drie klikken vanaf de homepage bereikbaar via gewone links? Menu’s die alleen met JavaScript werken of knoppen zonder href tellen niet.
- Statuscodes. Crawl de site met Screaming Frog of Sitebulb en filter op alles wat geen 200 is. Redirectketens van drie of meer stappen en interne links naar 404’s zijn gratis winst.
- Rendering. Open een pagina in Search Console met URL-inspectie en bekijk de gerenderde HTML. Staat je content erin, of alleen een lege div die pas na JavaScript wordt gevuld?
Laag 2: wordt wat gecrawld is ook geïndexeerd?
Gecrawld is niet hetzelfde als geïndexeerd. Google kan een pagina ophalen en vervolgens besluiten hem niet in de index te zetten. Het rapport Pagina’s in Search Console vertelt je precies waarom, en dat rapport is de belangrijkste bron van een audit.
- Noindex. Zoek in de broncode naar meta robots noindex en in de headers naar X-Robots-Tag. Vooral na migraties, thema-updates en bij pagina’s die uit een CMS-template komen.
- Canonicals. Elke pagina hoort een canonical naar zichzelf te hebben, tenzij hij bewust een kopie is. Wijst de canonical naar de http-versie, de versie zonder www of een andere taal, dan geef je je ranking weg.
- Duplicaten. Filterpagina’s, URL-parameters, trailing slashes en hoofdletters leveren dezelfde pagina onder meerdere URL’s op. Kies één versie en redirect de rest.
- Gecrawld, momenteel niet geïndexeerd. Dit is meestal geen technisch probleem maar een kwaliteitssignaal: Google vond de pagina te dun of te veel op een andere lijkend. Dat lost geen techniek op, dat lost content op.
- Hreflang. Heb je meerdere talen, controleer dan of elke taalversie naar alle andere verwijst én naar zichzelf, en of er een x-default is. Hreflang die maar één kant op werkt, wordt genegeerd.
Laag 3: snelheid en Core Web Vitals
Snelheid is een rankingfactor, maar vooral een drempel. Google kijkt naar drie Core Web Vitals: LCP (hoe snel het grootste element zichtbaar is), INP (hoe snel de pagina reageert op een klik) en CLS (hoe veel de layout verspringt). De grenzen zijn 2,5 seconden, 200 milliseconden en 0,1.
Gebruik veldgegevens, niet alleen labtests. PageSpeed Insights toont bovenaan wat echte Chrome-gebruikers de afgelopen 28 dagen hebben gemeten; dát telt voor Google. De labscore eronder is een momentopname op een gesimuleerd apparaat. Een site kan 95 scoren in het lab en toch de veldtest niet halen omdat echte bezoekers op oudere telefoons zitten.
- LCP. Meestal een hero-afbeelding of een lettertype dat te laat laadt. Preload het LCP-element, lever afbeeldingen in de juiste maat en in WebP of AVIF, en host fonts zelf.
- INP. Bijna altijd te veel JavaScript op de main thread: trackingscripts, chatwidgets, A/B-testtools. Meet welk script het blokkeert en laad het later of helemaal niet.
- CLS. Afbeeldingen zonder width en height, advertenties en cookiebanners die content naar beneden duwen, lettertypen die wisselen. Reserveer ruimte en gebruik font-display: swap met een goed passende fallback.
Laag 4: structuur die mens en machine begrijpen
Als Google de pagina heeft, moet hij hem ook begrijpen. Structuur gaat over URL’s, koppen, interne links en gestructureerde data.
| Check | Waar je op let | Waarom het telt |
|---|---|---|
| URL-structuur | Korte, leesbare URL’s met één logische hiërarchie | Google leest de hiërarchie mee en gebruikers vertrouwen leesbare links |
| Koppenstructuur | Eén H1 per pagina, H2’s voor hoofdonderwerpen, geen koppen om styling | AI-assistenten en Google halen de opbouw uit je koppen |
| Interne links | Belangrijke pagina’s krijgen de meeste links, met beschrijvende ankerteksten | Zo verdeel je autoriteit en vertel je wat een pagina is |
| Structured data | Organization, Service, Article, FAQ en BreadcrumbList in JSON-LD, zonder fouten | Rich results en een eenduidige lezing van wie je bent |
| Mobiel | Dezelfde content en links op mobiel als op desktop | Google indexeert de mobiele versie, niet de desktop |
Structured data is de laag die de meeste sites overslaan of half doen. Test elke pagina met de Rich Results Test van Google en de validator op schema.org. Een fout in je schema is erger dan geen schema: Google negeert het hele blok.
Laag 5: vertrouwen en veiligheid
De laatste laag is klein maar hard. HTTPS overal, met een redirect van elke http-variant en geen mixed content. Beveiligingsheaders als HSTS en een Content-Security-Policy. Geen verlopen certificaten op subdomeinen. En, sinds dit jaar extra actueel: een PHP-versie of framework dat nog beveiligingsupdates krijgt. Wie het PHP2Shell-lek van oktober meemaakte, weet waarom dat in een SEO-audit hoort: een gehackte site verdwijnt uit Google sneller dan welke fix hem terugbrengt.
De volgorde van fixen
Een audit levert gemakkelijk tweehonderd waarschuwingen op. Daar doe je niets mee. Rangschik elke bevinding op twee assen: hoeveel pagina’s raakt het, en hoe zwaar weegt het. Een noindex op je dienstenoverzicht raakt één pagina maar weegt zwaar. Een ontbrekende alt-tekst op duizend productfoto’s raakt veel pagina’s maar weegt licht.
- 01Blokkades. Alles wat crawlen of indexeren tegenhoudt: robots, noindex, canonicals, kapotte redirects. Dit doe je deze week.
- 02Verliezers. Pagina’s die verkeer verloren na een wijziging of migratie. Vergelijk Search Console met drie maanden geleden.
- 03Snelheid. De Core Web Vitals op de paginatypes met het meeste verkeer, niet op elke pagina los.
- 04Structuur. Schema, koppen, interne links. Dit is werk voor een sprint, niet voor een middag.
- 05Hygiëne. Alt-teksten, meta-lengtes, kleine redirectketens. Goed om te doen, geen reden om de rest uit te stellen.
Zelf doen of laten doen?
Laag 1 en 2 kun je grotendeels zelf, met Search Console en een crawler. Laag 3 en 4 vragen meestal een developer die in de code mag. Wil je het in één keer goed, dan is een audit door een bureau de snelste route: wij leveren binnen een week een lijst met fixes op volgorde van impact, en kunnen die fixes ook zelf doorvoeren. Wil je eerst een indruk, dan laat onze gratis AI Growth Scan in een paar minuten zien waar je site staat.
Hoe vaak moet je een technische SEO-audit doen?
Welke tools heb je nodig voor een technische SEO-audit?
Wat kost een technische SEO-audit?
Is een technische audit ook belangrijk voor AI-zoekmachines?

Chris Nijhof is oprichter en creative director van Visinex. Hij ontwerpt merken, websites en productinterfaces voor founders en groeiende bedrijven.

